• nl
  • en
beeldband

Verslag Workshop Born-Digital Archives and Digital Forensics

20 mei 2019 Gepubliceerd door Laat uw gedicht achter

Op 15 maart 2019 vond aan de University of London de Workshop Born-Digital Archives and Digital Forensics – Where are We Now? plaats. Kees Teszelszky, Conservator digitale collecties van de Koninklijke Bibliotheek, was erbij en schreef een verslag.

“Het organiseren van een uitstekende workshop kun je het beste aan Thorsten Ries overlaten. Op vrijdag 15 maart stapte ik na een turbulente vlucht boven de Noordzee nog wat wankel op mijn benen het statige gebouw van de Universiteit van Londen binnen. Moeizaam baande ik mij een weg langs digitale forensische onderzoekers, welbekende webarchivisten, hippe archivarissen en opgewonden studenten naar de mij toegewezen stoel in het veel te krappe lokaaltje. Het programma bestond uit vijftien flitspresentaties van elk zeven minuten, strak achter elkaar gepland. De vloer was één kluwen van verlengsnoeren en datakabels, want het hele spektakel werd live gestreamd via een dubbel scherm. Daarnaast was er een chatmogelijkheid via de live stream en een veelgebruikte hashtag digiforensics19. Al snel rook het in de ruimte naar de leeuwenkooi in het Amsterdamse Artis. Door deze sfeer, de begeesterde sprekers, de ultrakorte pitches, scherpe vragen en de virtuele aanmoedigingen via chat en social media was het een van de meest inspirerende en leerzame workshops die ik ooit heb bijgewoond.

Thorsten Ries: ‘Born-Digital Archives and Digital Forensics: Where Are We Now?’

Thorsten Ries zelf trapte af met de presentatie ‘Born-Digital Archives and Digital Forensics: Where Are We Now?’ Digital forensics, in Nederland soms vertaald met Forensische informatica of digitaal sporenonderzoek, is de kunst om zoveel mogelijk informatie te halen uit digitale sporen op het web of op een drager van digitale gegevens. Het doel is om deze informatie veilig te stellen en er betekenis aan te geven bij bijvoorbeeld een rechtszaak, historisch onderzoek of om de data veilig te stellen voor de toekomst. Bij de KB is @johanvanderknijff erg actief op dit vakgebied: zie zijn laatste bijdrage. Volgens Ries is het lastig om een definitie te geven van het onderzoeksobject: is dit de inhoud, het document of het bestand zelf of misschien toch de bitstream of het fysieke object? We moeten de materialiteit van het object reconstrueren dat software voor ons aan het oog onttrekt. Meestal gaat de aandacht uit bij digitaal sporenonderzoek naar nieuwe geavanceerde technieken, bijzonder vernuftig onderzoek of verrassende vondsten. Ries vestigde de aandacht op de sporen die de onderzoeker of archivaris zelf achterlaat bij het forensisch werk of het bewaarproces. Dit bleek later de rode draad van de workshop: de mens en diens invloed op het digitale onderzoek en de digitale bronnen. De uitkomst van het digitale sporenonderzoek, of dat nu uit naam van wetenschap, misdaadbestrijding of behoud van digitaal erfgoed wordt gedaan, is altijd afhankelijk van wie het onderzoek uitvoert, de organisatie waar dit persoon werkt en het budget, de kennis en de techniek die hier voorhanden is, maar ook het persoon die de digitale sporen in de eerste plaats heeft achtergelaten.

Mark Bell: ‘Risk and Trust in the Archive. Blockchain and Preservation Risk Modelling’

‘Risk, uncertainty and trust’ zijn de belangrijkste thema’s in de National Archive. Bell behandelde de vraag op basis van welke factoren we kunnen vertrouwen op born digital bronnen. Hoe meer een bron beschadigd is, des te moeilijker het is om te vertrouwen in de authenticiteit van deze bron.

Jane Winters: ‘Context, Interpretation and Trust: Working with Web Archives’

Winters hield een gloedvol betoog over het gebruik van webarchieven. Zij introduceerde de briljante term ‘Frankenstein-archief’ voor een webcollectie: deze collecties zijn samengesteld uit verschillende overlappende delen die samen een geheel vormen, maar het is zeer moeilijk na te gaan welk deel authentiek is en welk niet. Net als het monster van Frankenstein lijkt het op born digital van het levende web, maar is het dat niet en kan het ook niet zijn.

Callum McKean: ‘E-Mail in the Archive of Wendy Cope’

Elektronisch berichtenverkeer is een van de meest problematische bronnen om te bewaren en om te raadplegen. Het is moeilijk om dergelijke data beschikbaar te stellen vanwege privacy. Nog lastiger is het bepalen van de authenticiteit van een bericht: in zekere zin nog ingewikkelder dan websites. Op basis van dit verhaal sta ik niet graag in de schoenen van toekomstige historici en literatuurhistorici die op basis van dergelijke bronnen zullen moeten werken…

Elizabeth Lomas: ‘RecordDNA – Exploring the Concept of the Digital Record and What Implications Are there for the Usability of the Future Evidence Base?’

Lomas wierp de vraag op of archivisten bij het samenstellen van records wel voldoende de behoeftes van onderzoekers en andere geïnteresseerden in het oog houden.

Fiona Courage: ‘When the Paper Turned Digital: Transformation in the Mass Observation Archive’

Courage liet de consequenties zien voor onderzoek van digitaliseren en anonimiseren van persoonsgegevens op papieren fiches en archieven van elektronisch verkeer. Digitalisering geeft de mogelijkheid om veel data tegelijk te onderzoeken, maar we zijn de mogelijkheden kwijt voor forensisch onderzoek van de papieren bronnen. Daarnaast liet ze zien hoe e-mailarchieven werken: veel mensen realiseren zich niet hoeveel persoonlijke informatie ze weggeven die niet alleen in de tekst te vinden is, maar ook uit de file zelf te halen is. Een vergelijkbaar thema is het bewaren van allerhande files uit het dagelijks gebruik, zoals Word-files waar heel veel private data te vinden is.

Jenny Mitcham: ‘The WordStar Files: the Truth Is out there… Probably’

Mitcham hield een enthousiasmerend verhaal met een interactieve presentatie (met de tune van de X-files) over de emulatie van de tekstverwerker WordStar, een voorloper van Microsoft Word. Zij hield onder meer een pleidooi voor het bewaren van testpagina´s om een printer uit te proberen, omdat dit de enige bron is die ons laat zien wat het beoogde product zou zijn geweest van deze software. Haar stelling zette me aan het denken: zouden we niet zuiniger moeten zijn op bijvoorbeeld screenprintjes van websites uit de jaren ‘90, omdat dit misschien onze enige bron is van hoe een site oorspronkelijk eruit kan hebben gezien?

Helen McCarthy: ‘Using the Archived Web for Historical Research: Some Preliminary Fieldnotes’

McCarthy deed onderzoek naar de fora en chatrooms van en over werkende moeders in de jaren ’90. Het resultaat van haar onderzoek is erg leerzaam voor onze eigen plannen om sociale media te archiveren. Het bestuderen van de berichten op gearchiveerde fora en in chatrooms lijkt op het meeluisteren naar private gesprekken in een café of een andere openbare gelegenheid: het is gefragmenteerd, ongestructureerd, chaotisch, anoniem en mist context. Een echte techniek om dit materiaal te analyseren en zelfs maar te citeren is er nog niet.

Kees Teszelszky: ‘Oral History and Forensic Web Archaeology: the First Dutch Online Literature Magazine De Opkamer (1994-2000)’

Mijn presentatie ging over het eerste digitale literaire tijdschrift van Nederland op het web, De Opkamer en waarschijnlijk het eerste webarchief van Nederland dat via deze site ooit te koop was. Ik liet zien hoe wij als webarchiveerders zelf onderdeel worden van de primaire bron, doordat wij een site proberen te bewaren voor de toekomst.

Patricia Falcao: ‘Authenticity and Forensic Practices in the Conservation of Digital Art’

Falcao liet ons zien hoe moeilijk het is om digitale kunst te conserveren en vooral te reproduceren. Het is niet alleen een kwestie van hardware, software en data, maar ook het moment van uitvoering dat niet vast te leggen is.

Rachel McGregor: ‘Leaving Fewer Traces: Tackling the Digital Legacy of Eric Hobsbawm’

McGregor dook in de diepte van born digital met haar bespreking van de digitale erfenis van Hobsbawm. In totaal bestaat zijn born digital collectie uit vijftien floppy disks. Zijn nagelaten papieren collectie is veel groter dan zijn digitale, omdat hij oudere versies van zijn digitale werk meteen vernietigde. In hoeverre is een digitale collectie dan nog representatief voor het werk van een auteur?

Gabor Palkó: ‘Born Digital Manuscripts in a Literary Archive: Examples and Problems’

Palkó gaf een interessant inkijkje in de manier van omgang met digitale nalatenschappen in het literaire museum van Boedapest aan de hand van een aantal voorbeelden. Zo was het moederbord van de computer van een bepaalde schrijver bewaard. Een dergelijk voorwerp kan alleen als reliek dienen, net als een pen, een hoed of een schrijfmachine, omdat hier geen informatie vanaf kan worden gehaald. Digitale literaire overblijfselen zijn kwetsbaar en bijvoorbeeld floppy’s moeten zo snel mogelijk worden uitgelezen om in de toekomst onderzoek nog mogelijk te maken. Sommige ongepubliceerde manuscripten van Hongaarse schrijvers zijn inmiddels alweer op papier verschenen. De vraag blijft in hoeverre een papieren manuscript verschilt van een digital draft. Archieven gaan ook anders om met digitale bronnen dan bibliotheken. Aan de andere kant kan digital forensics veel meer verborgen informatie onthullen dan een papieren archief ooit zal kunnen, zoals browsergeschiedenis van een auteur, gedeletete versies van manuscripten en kattebelletjes die nooit voor publicatie bedoeld waren.

Jenny Bunn: ‘Redefining Archival Processing’

Archivarissen en bibliothecarissen werkten vroeger op de achtergrond: hun hand mocht niet worden gezien in de bronnen die de onderzoekers onder ogen kregen. In onze tijd is born digital geen ruwe data meer: voordat een onderzoeker er ook maar iets mee kan, moet dit een uitgebreid bewerkingsproces hebben ondergaan. De rol van de archivaris en bibliothecaris komt daarmee veel meer naar de voorgrond en moet dat ook komen: we moeten weten wie wat heeft gedaan met de bronnen die we voor ons hebben.

De conclusie van de workshop kan luiden dat de mens de techniek maakt, maar dat de mens ook verantwoordelijk is voor de data die door de techniek wordt gegenereerd. Willen we de data bewaren, dan moeten we meer weten over de mens achter de data, of dat nu de maker of de archivaris is.

Thorsten Ries, de organisator, heeft bovendien een nieuw Digital Humanities tijdschrift opgezet. Het eerste nummer is gewijd aan Born-Digital Archives.”

 

Gecategoriseerd in :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



Translate »
Top