• nl
  • en
beeldband

Software wil niet met pensioen

11 augustus 2016 Gepubliceerd door Laat uw gedicht achter

Waarom is software zo vergankelijk? En hoe zorgen we dat we geen kostbaar digitaal erfgoed verliezen? Patrick Aerts, adviseur bij het Netherlands eScience Center, senior research fellow bij DANS en tevens projectleider van het NDE-project Software sustainability legt het uit en deelt en passant een primeur: de eerste resultaten van zijn onderzoek naar software sustainability.

“De term software zou, volgens Wikipedia, zijn uitgevonden door Alan Turing. Maar voor praktische doeleinden lijkt het veilig om te stellen dat het concept software in de jaren vijftig van de twintigste eeuw zijn intrede deed. Het is het menselijke deel van wat met behulp van de hardware (de computer) ontdekt of berekend kan worden. Software als concept heeft dan ook in inmiddels zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Maar van een echt pensioen kan natuurlijk geen sprake zijn. We spreken, net als in het echte leven, andere talen dan toen, we hebben een ander gehoor en we hebben andere problemen om op te lossen, maar het is nog steeds software dat de burg slaat tussen het ijzer en het menselijk brein. Misschien is de enige echte andere aanvulling op hardware en software het begrip ‘communicatie’.

Pensioensgerechtigden

Andere talen, andere systemen

De oudste “hogere” programmeertaal, die bovendien nog steeds in gebruik is, is Fortran (van Formule Translation), ontwikkeld op basis van een voorstel voor een taal die makkelijker zou zijn dan assembler language, door John W. Backus in 1953 voor IBM. Het is nog steeds de voorkeurstaal voor chemici, fysici, astronomen en klimatologen. Maar voor de toepassingen die bij het publiek meer bekend zijn spreekt men Java, Python of “R”. Zoals een boek – hoe oud ook – nog steeds te lezen is, zo is een oude Fortrancode met enig verstand van zaken ook nog wel te volgen, maar dat wil nog niet zeggen dat er nog een computer is die de code kan uitvoeren. De huidige computers hebben andere processoren, andere geheugens, een andere architectuur en een ander bedrijfssysteem (‘operating system’), zodat de code niet meer kan functioneren zoals bedoeld. En zo komen we op het probleem van de software sustainability. Als je weet welke (computer-)programma’s je voor de toekomst wilt bewaren, hoe doe je dat dan? Een antiek boek is zoals gezegd nog leesbaar, maar een belangrijk document geschreven in WordPerfect of MacWrite is niet of nauwelijks toegankelijk meer. En hoe kort is het eigenlijk nog maar geleden dat het geschreven werd? Vijfentwintig jaar?

Knipperende cursus DOS

Onderzoeksresultaten Software sustainability

Voor de NCDD en het Netwerk Digitaal Erfgoed heb ik de afgelopen tijd de brede problematiek van de software sustainability in de wetenschap en culturele sector in Nederland in kaart gebracht. Het (Engelstalige) rapport zal binnenkort verschijnen via de NCDD-website. Het is gebaseerd op een groot aantal use cases, afkomstig van organisaties in de sectoren die in de NCDD samenwerken. Een paar conclusies kunnen hierop vooruitlopend vast gedeeld worden.

Van ‘oplossing voorhanden’ tot ‘behoorlijk complex’

Om te beginnen is er een glijdende schaal van complexiteit van de software-sustainability-problematiek in de domeinen van het Netwerk Digitaal Erfgoed. Het ene, relatief weinig complexe, uiterste doet zich vaak voor in de wetenschap: op voorwaarde dat je de broncode hebt, kun je in principe afleiden wat de bedoeling was van het programma en proberen dit doel opnieuw te bereiken.. Het andere, relatief complexe, uiterste zien we veelal in de kunstsector: weliswaar werkt iets (bijvoorbeeld een digitaal interactief kunstwerk) niet zonder de software, maar de software is tegelijkertijd maar een klein onderdeel van het geheel. Met dit geheel mikt de kunstenaar op een bepaalde perceptie bij het publiek. Het behouden van het gehele object en het functioneren ervan is daarmee een behoorlijk ingewikkelde opgave.

Legacy tegenover toekomstige software

Een tweede observatie is dat de hele problematiek misschien gesplitst kan worden in twee delen:

  1. Alle software die er al is (de legacy), tegenover
  2. Alle software die nog gemaakt gaat worden.

De legacy zal nog in lengte van jaren hoofdbrekens opleveren, al wordt men er steeds beter in om oude software weer te laten functioneren. Het is echter veel beter om te investeren in goede opleiding van studenten en toekomstige programmeurs om bij het schrijven van nieuwe codes bij voorbaat rekening te houden met de mogelijkheden voor langdurige ‘onderhoudbaarheid’. Daar moet de winst voor de toekomst uit voortkomen.

Lessen uit de use cases

Vier elementen uit de use cases zijn gemeenschappelijk voor alle onderzochte gevallen:

  1. Er zijn serieuze problemen met de wetgeving die een legitiem toekomstvast beheer van software in de weg staan;
  2. Software-onderhoud omvat veel meer dan het beheren van een kopie van de (bron)code;
  3. Zelfs als software opnieuw werkend gemaakt kan worden, is er geen garantie dat het nog functioneel gebruikt kan worden;
  4. Er zijn geen criteria om te besluiten software te bewaren, op een bepaald niveau te onderhouden of het weg te doen.

Wat de wetgeving betreft: het is strikt genomen verboden om een kopie en een image te maken van bijvoorbeeld een CD-ROM. En vervolgens is het verboden om de software te gebruiken in bijvoorbeeld een Windows-omgeving waarvoor men geen licentie meer heeft of kan krijgen. Niettemin heeft bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek een wettelijke taak tot het bewaren van dit soort zaken. Dit is een internationaal probleem, dat ook internationaal besproken wordt (UNESCO PERSIST-project).

Gameboy Nintendo

Het bewaren van een kopie van de broncode (binary of ascii) heeft doorgaans maar een beperkt nut, omdat de ICT-omgeving zo snel verandert. Maar hoe stel je criteria op om een bepaald niveau van onderhoud toe te kennen aan een stuk software? Je kunt daarnaast ook niet alles bewaren en het is niet de bedoeling nieuwe ontwikkelingen in de weg te staan door aan bewaarde oudere software vast te houden. En tenslotte: waarom was een bepaald spelletje zo leuk (dat het ‘viral’ gaat)? Dat komt soms vooral door het apparaatje waarop je het kon spelen (Nintendo) of het feit dat je over de hele wereld via het web tegenspelers had. Ook dat kan je na twintig jaar lastig nabootsen. En toch is het een stuk geschiedenis dat je niet helemaal wilt laten verdwijnen.

Software sustainability moet uit de kinderschoenen

Kortom, software sustainability staat pas aan het begin van ontdekt te worden als nieuw domein van aandacht. Van archieven bij gemeenten, born digital artefacten bij musea, digitale collecties bij bibliotheken tot reproduceerbaarheid in de wetenschap, het thema Software sustainability neemt sterk in belangstelling toe en vraagt om een brede en solide aanpak. Voor we het weten missen we een mensenleven aan digitale geschiedenis.”

Houd de NCDD-site in de gaten voor het volledige onderzoeksrapport over software sustainability. Deze blog is een opvolger van Patricks bijdrage in maart 2016.

Gecategoriseerd in :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



Translate »
Top
Netwerk Digitaal Erfgoed