• nl
  • en
beeldband

Born-digital: ‘complex gedoe’ voor de erfgoedsector?

1 december 2009 Gepubliceerd door Laat uw gedicht achter


Op 30 november organiseerde de sectie SIMIN van de Museumvereniging samen met het Overleg Kunsthistorische Bibliotheken Nederland een themadag over "Born-digital: (hoe) bewaar je dat?" Zo’n negentig deelnemers, voornamelijk vertegenwoordigers van musea, kwamen voor de themadag naar het prachtige nieuwe pand van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort – en dat is een teken aan de wand dat het onderwerp ‘digitaal’ nu echt op de agenda staat bij de cultureel erfgoedsector. De powerpoints zijn gepubliceerd en de organisatoren zullen later een uitgebreider verslag publiceren (link volgt), maar hier alvast wat impressies.

Web 2.0 ontmoet traditie in de erfgoedsector
Wat me het meest opviel aan de bijeenkomst, was dat er sprake was van een spannende ontmoeting tussen tradities in de erfgoedsector enerzijds en alles wat ik voor het gemak maar even web 2.0 noem. Gevestigde instellingen versus spontane initiatieven op internet; door experts opgestelde lijsten van trefwoorden versus tags door jan-en-alleman; top-down versus bottom-up. Ik wil de tegenstellingen niet uitvergroten, maar dat er spanning is, een beetje zoals die ook zichtbaar is in het RCE-gebouw zelf (foto links), is duidelijk. Ook viel me op dat vertegenwoordigers van de grote koepelinstellingen in het cultureel erfgoed, RCE zelf, maar ook het Instituut Collectie Nederland (ICN), tussen neus en lippen aangaven nog weinig verstand te hebben van ‘digitaal’.

Eisen voor duurzaam digitaal beheer
Aan ondergetekende de eer om in de keynote het algemene plaatje te tekenen: wat maakt digitaal anders dan analoog en wat heeft dat voor gevolgen?. De NCDD heeft uit die opsomming inmiddels een aantal conclusies getrokken: voor duurzame toegankelijkheid heb je schaalgrootte nodig en heel veel samenwerking tussen kleine organisaties die die schaalgrootte missen.
Dat heeft geleid tot een plan om per sector een voortrekkerorganisatie te benoemen die in samenspraak met organisaties uit de sector een infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid gaat ontwikkelen. Over die plannen is de NCDD momenteel in gesprek met het Ministerie van OCW. Maar vooralsnog heeft de NCDD tenminste één flink probleem: er ontbreekt een vanzelfsprekende voortrekker in het domein van het cultureel erfgoed. Ook daarover wordt momenteel overlegd, onderling en met het Ministerie van OCW. Wordt dus vervolgd.

De praktijk van webarchivering
Het werd tijd om over de praktijk te gaan praten. De Koninklijke Bibliotheek is in 2006 gestart met het harvesten van 2.500 websites rond het thema ‘Nederlandse taal, cultuur en samenleving’. René Voorburg van de KB gaf daarover een gedegen inleiding waarbij hij de hele workflow beschreef: selectie; het verkrijgen van toestemming; het harvesten m.b.v. een ‘web curator tool’ en Heritrix; de kwaliteitscontrole (erg lastig, vooral als het om interactieve sites gaat), de duurzame opslag in (W)ARC formaat; en dan – hopelijk begin 2010 – de online beschikbaarstelling (dia’s op slideshare).

Na deze gedegen inleiding was het Peter van Wijngaarden van het Gemeentearchief Rotterdam die de lachers op zijn hand kreeg door zijn presentatie als volgt te beginnen: ‘Ik ga u deelgenoot maken van de ellende waar je in terechtkomt als je websites wil gaan archiveren. Na afloop zal ik uw medeleven graag in ontvangst nemen.’ Het verhaal dat volgde laat zich raden en de kwalificatie ‘complex gedoe’ uit de titel mag aan Peter worden toegeschreven. Daarmee was Peters conclusie al bijna gegeven: het Gemeentearchief Rotterdam is het nog net gelukt om jaarlijks 268 websites te harvesten, maar kleinere organisaties moeten er maar niet aan beginnen.
Maar wat betekent dat? Tijdens de discussie zei een deelnemer daarover: Betekent dit dat De Toekomst alleen De Rotterdammer zal leren kennen en daarop zijn beeld over de Nederlander anno 2009 zal moeten baseren? Deze vraag bevatte een serieuze ondertoon: juist op internet verdwijnt informatie waar je bij staat, en er wordt nog maar zo ontzettend weinig van gearchiveerd. Moeten we daar niet eens snel actie op ondernemen? Een mooie taak voor de NCDD, zei iemand. Vraag en aanbod koppelen, lijntjes leggen en collectieafspraken maken. Nu loop ik al langer met het plan rond om een NCDD-conferentie te organiseren rond webarchivering in Nederland, dus dat komt goed uit. Maar ook ik moet even afwachten wat alle discussies rond de landelijke infrastructuur en de NCDD de komende maanden gaan opleveren voordat ik daar plannen over kan gaan uitwerken.

Annet DekkerDigitale collecties
In het middagprogramma was er meer aandacht voor digitale collecties zelf. Annet Dekker van het Virtueel Platform e-Cultuur gaf een breed overzicht van de ‘Conservering van Netkunst’, met o.a. de conclusies van de Expert Meeting Archive 2020 die Virtueel Platform dit voorjaar organiseerde. Internetkunst en Netkunst zijn niet gemakkelijk duurzaam te bewaren, zo werd duidelijk, want vaak gaat het om performances, om installaties, om interactie. Juist dat proces maakt de kunstuiting interessant, en juist dat proces kun je maar lastig archiveren. Annet gaf aan dat het ondoenlijk is om alles te conserveren, maar suggereerde om inspiratie te putten uit de archeologie, waar men aan de hand van gevonden fragmenten een virtueel geheel bouwt.
Karen te Brake van ICN gaf aan dat duurzame toegankelijkheid van digitaal materiaal voor het kennisinstituut dat ICN is ‘behoorlijk nieuw’ is, maar, benadrukte ze, ICN wil er wel bij betrokken raken. Vervolgens introduceerde zij het INCCA netwerk van professionals voor het beheer en behoud van hedendaagse kunst. Fabienne van Beek presenteerde het Dutch Design Museum in Breda.

Digitale ‘archeologie’ bij het NAi
Het slotakkoord werd verzorgd door Henk Vanstappen van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam (NAi), die geflankeerd door een oerhollandse Kinderdijkmolen liet zien wat er allemaal bij komt kijken als je als erfgoedinstelling een doos floppies/dvd’s bezorgd krijgt die het archief van een bekend architect bevatten. Zonder metadata, zonder toelichting, zonder hard- of software.
Hij liet e.e.a. zien aan de hand van een praktijkvoorbeeld: een 3D-model van een niet uitgevoerd ontwerp van Cahen voor het Van Abbemuseum. Ook bij de borrel liet Henk doorschemeren dat hij dit soort puzzels wel leuk vindt. Gewoon ergens beginnen en kijken waar je uitkomt. Maar voor het NAi is het een arbeidsintensief en dus kostbaar proces. Konden we die architecten en kunstenaars van te voren maar leren hoe ze met hun data om moeten gaan!

Medewerking van de kunstenaars?
De meningen verschilden over de mate waarin je kunstenaars kunt dwingen c.q. verleiden om hun digitale bestanden zo in te richten dat ze later gemakkelijk te archiveren zijn. Ikzelf ben daar nogal pessimistisch over, zeker wat betreft internetkunst. Dat is toch juist een kwestie van de grenzen opzoeken van wat mogelijk is, met lak aan alle standaarden? Maar ik had een leuke ontmoeting tijdens de bijeenkomst met Karin van der Heiden die zich onder de naam PARKC als zelfstandig adviseur heeft gevestigd op het gebied van datamanagement voor kunstenaars, architecten, etc. We waren het er snel over eens dat het weliswaar kan werken, maar dan moeten de producenten er een direct belang bij hebben dat hun data goed geordend wordt. In de wetenschap zie je dezelfde patronen: wetenschappers willen wel meewerken als ze er zelf ook iets aan hebben. Hier ligt een duidelijke opdracht voor de archiverende instellingen en het levert ook weer inspiratie voor een nieuw en nuttig zelfstandig beroep.

De handen uit de mouwen
Ik kan het niet laten om aan het eind van deze blog een stokpaardje te berijden dat ik ook in mijn keynote liet zien. Ja, het is allemaal ingewikkeld en ja, het is allemaal veel, maar laten we in hemelsnaam gewoon beginnen bij wat we nu al zelf kunnen doen en dus de handen uit de mouwen steken. Keuzes maken op basis van je missie en je eigen collectieprofiel, al die content van dvd’s en floppies halen en op een stevige computer zetten. Daar een back-up van maken en die bij een collega onderbrengen. Karin van der Heiden had ook een mooie: gebruik geen punten of spaties in je bestandsnamen. Zo elementair, maar ook zo belangrijk als je de risico’s wilt indammen. Het zijn allemaal geen maatregelen die onze collecties tot sintjuttemis toegankelijk zullen houden, maar hopelijk wel de komende vijf jaar. En die geven ons de tijd om met alle partijen om de tafel te gaan zitten en een slimme taakverdeling te maken. Of er gewoon voor te gaan, zoals Linda Tadic van het Audiovisual Archive Network (zie blog 27 november).

Gecategoriseerd in :Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



Translate »
Top
Netwerk Digitaal Erfgoed